EERSTE HOOFDSTUK – EEN MEISJE VAN HONDERD – DOOR MARION BLOEM

EEN MEISJE VAN 100

copyright
Marion Bloem

‘We now know enough to know that we will never know everything. This is why we need art: it teaches us how to live with mystery. Only the artist can explore the ineffable without offering us an answer, for sometimes there is no answer.’

By Jonah Lehrer. |

In 1880 had de voorman van de Anti-Revolutionaire Partij Abraham Kuyper opgeschreven:

‘Alsnu is het zaak tegenover deze onmondige natiën de drieërlei zedelijke verplichting te aanvaarden, waaronder elke voogd, tegenover zijn pleegkind staat, te weten:

a. om het zedelijk op te voeden;

b. om zijn bezit ten zijnen meesten bate met overleg te beheren; en

c. om het in de toekomst, zo God dit wil, het innemen van zelfstandiger positie mogelijk te maken.’ |


De menselijke handelingen niet bespotten, niet betreuren, niet veroordelen, doch begrijpen.

Uit het Latijn: Humanas actions non ridere, non lugere, neque detestari, sed intellegere.

Bron: Tractatus Theologico Politicus (1670) Spinoza.|

“Als het even gemakkelijk was over gedachten te heersen als over tongen, zou iedereen veilig kunnen regeren en zou geen enkel staatsgezag gewelddadig zijn”[3]

— Baruch Despinoza (1677). Tractatus Theologico-Politicus. Hoofdstuk 20, paragraaf 1. |

Read more

INTERVIEW MARION BLOEM


Introductie

Marion Bloem is wellicht de belangrijkste Indische schrijfster uit deze tijd. Dit jaar viert ze een speciaal jubileum. Ze wordt op 24 augustus zestig en is veertig jaar schrijfster. In dat kader kwam onlangs “Het Bali van Bloem” uit en op 30 augustus verschijnt de roman “Een meisje van 100”. Garuda Indonesia zocht Marion Bloem op en vroeg haar naar haar persoonlijke band met Indonesië en de manier waarop deze terug komt in haar laatste boeken.

U bent dit jaar 40 jaar schijfster, een kunstvorm die u beschrijft als uw echtgenoot. Hoe is deze liefde ontstaan en waar haalt u uw inspiratie vandaan?

Als migrantenkind van een Nederlands-Indische familie leefde ik in een vertelcultuur. Die verhalen waren als sprookjes voor mij. Veel begrippen en legenden zoals een Waringin boom kende ik niet en kwamen tot leven in mijn fantasie. Zelf hield ik ook van het vertellen van verhalen, die ik natuurlijk moest verzinnen. Ik oefende ze altijd op mijn moeder. Als die het gas van de kookplaat uitzette om naar mijn verhaal te luisteren dan wist ik dat het goed zat.

Daarnaast ben ik altijd mateloos nieuwsgierig geweest in mensen, in wat er in hen omgaat en wat hun beweegt. Ook op breder vlak zoals bijvoorbeeld de relatie van persoonlijke ervaringen met politieke gebeurtenissen. Ik kan helemaal opgaan in iemands geschiedenis. Mensen vormen voor mij een constante bron van inspiratie.

Toen ik op jonge leeftijd Max Havelaar las vond ik dat een prachtig boek, maar hetgene dat er totaal in ontbrak waren de Indo’s, de mengbloedjes ofwel de Indische-Nederlanders. Ik besloot toen dat die een plek in de Nederlandse literatuur verdienden en dat het mijn taak was om hun prachtige verhalen en persoonlijke geschiedenissen op te schrijven.

In de afgelopen 40 jaar heeft u zowel fictie als non-fictie geschreven. Wat ziet u zelf als uw belangrijkst talent als schrijver?

Dat ik mezelf kan verplaatsen in ieder karakter, man of vrouw. Ik vind het heerlijk om die personages te mogen zijn. Dat gaat ver, want als schrijver ben je het hele leven van dat personage, van geboorte tot dood en soms zelfs van wat er aan hun geboorte voorafging. Zodoende komt er natuurlijk ook een aspect van jezelf terug in al die mensen en andersom. Het schrijven is voor mij echt een afsluiting van het proces. Pas als ik de ervaring verwerkt heb kan ik het opschrijven.

Was het ook een persoonlijke ervaring die als inspiratie diende voor “Een meisje van honderd”

Zeker. Al wil ik wel altijd een verhaal vertellen. Er zitten altijd autobiografische elementen in mijn boeken, maar die vorm ik wel om.  “Een meisje van honderd” is meer dan alleen een familiegeschiedenis. Het ‘meisje’ Moemie staat ook symbool voor de geschiedenis van de arme Indonesiër en de onlosmakelijke band met Nederland, die door de jaren heen is veranderd en onder spanning is komen te staan.

De vrouw die model stond voor “Moemie” heb ik ontmoet in 1976.  Zij kon mensen feilloos lezen. In het begin had ik niks met haar gave, wellicht ook door mijn studie. Ik geloofde wel in telepathie maar niet in voorspellingen. Het idee dat je niet zelf je toekomst kunt bepalen vind ik verstikkend. Maar door ervaringen met haar en door een persoonlijke ervaring met mijn zoon, heb ik geaccepteerd dat er meer is. Haar voorspelling over de ziekte van mijn man (Ivan Wolffers red.) is op een gegeven moment ook echt mijn houvast geweest

Ze was een echte vriendin en we hadden een speciale band. Toch heb ik lang getwijfeld of ik haar verhaal moest schrijven en in welke vorm ik dat dan wilde doen. Het is echter of ze me in deze richting heeft gestuurd en via haar gave laten weten dat ze vond dat ik het moest doen.  Zo aarzelde ik nog steeds toen ik op een dag op straat werd aangesproken door een wildvreemde Engelstalige man, die me vertelde dat ik mijn verhaal moest opschrijven in de vorm die ik echt zelf wenste. Uiteindelijk kun je zeggen dat ze het boek op een bepaalde manier samen met mij heeft geschreven.

Wat is de link tussen “Een meisje van 100” en “Het Bali van Bloem”?

Om het “Een meisje van 100” te kunnen schrijven moest ik me verdiepen in de geschiedenis van Bali aangezien het daar begint en eindigt.  Dat had ik daarvoor nauwelijks gedaan. Bali was namelijk voor mij een ontsnappingsplek, mijn paradijsje, de plek waar ik schreef en tot rust kom. Als je “Het Bali van Bloem” hebt gelezen snap je dus ook meteen de band met “Een meisje van 100”.

Wat is uw persoonlijke band met Bali?

Ik hou van Bali om de schoonheid van het land en de cultuur. Overigens zonder het te willen romantiseren. In “Het Bali van Bloem” beschrijf ik Bali zoals ik het de afgelopen 35 jaar zelf heb ervaren. Je voelt de jaren voorbijgaan in de verhalen van de verschillende mensen die ik al die tijd gevolgd heb. De informatieve stukjes die in het boek zitten zorgen ervoor dat je de verhalen in het boek nog beter kunt plaatsen.

Ik wilde Bali eerlijk weergeven, waardoor het een heel persoonlijk boek is geworden waar ook mijn eigen ontwikkeling in zit. Ik vind het dan ook een groot compliment om van mensen die van Bali houden te horen dat ze geraakt zijn door het boek en van mensen die Bali niet kennen te horen dat ze er door het boek echt heen willen.

Naast schrijven ben u ook een succesvol schilderes en filmmaker. Is er een kunstvorm die u nog ambieert?

Schrijven is altijd mijn grootste liefde geweest. Ik ben een trouw iemand maar ook zeer avontuurlijk. Ik filmde eerder dan dat ik boeken publiceerde, maar als schrijver ben je onafhankelijk, als filmer niet. In de loop van de jaren is er meer ruimte gekomen voor schilderen en poëzie, mijn andere liefdes.
Uiteindelijk is het zo dat het thema het medium afdwingt. Schilderen en poëzie komen erg voort uit de vorm en bij schrijven komt eerst de inhoud en dan de vorm.

Ik hou erg van boetseren, iets maken dat echt uit je handen ontstaat. Tijdens mijn reis door Z-Amerika ben ik bezig geweest met een stukje zwart koraal zo groot als mijn pink en dat ik gevijld heb tot een beeldje. Ik zou heel graag dat beeldje boetseren tot een groot beeld en dat dan in brons laten gieten. Het is het vakgebied van mijn zus, maar wie weet dat het beeld er ooit komt vanuit mijn eigen handen.

Eerste hoofdstuk

Het eerste hoofdstuk van “Een meisje van 100” is vanaf vrijdag 24 augustus 2012 exclusief te lezen op de Garuda Indonesia blog: http://garuda-blog.nl
Ter viering van haar jubileum geeft Garuda Indonesia samen met Marion Bloem 5 gesigneerde exemplaren weg van dit prachtige boek. Wilt u kans maken op een exemplaar doe dan mee met de prijsvraag op onze Facebook pagina, vrijdag 24 augustus 2012: facebook.com/garudaindonesianederland.